NederlandsNederlands - België
Uw account

Your shopping cart is empty

Geleidbaarheid meten is eenvoudig, maar ...

Blogbericht Elscolab - Geleidbaarheid meten is eenvoudig, maar ...

Geleidbaarheid of conductiviteit meten is één van de eenvoudigste en meest robuuste metingen in industriële processen. Desondanks roepen vergelijkende metingen met bv. controlemetingen vaak veel vragen op. De antwoorden vind je hieronder.

Celconstante

Alles begint bij de celconstante of celfactor (voor inductieve sensoren). De celconstante rekent de effectief gemeten weerstand tussen de elektrodes om naar een waarde voor de geleidbaarheid zoals die gemeten zou zijn met een (hypothetische) standaard meetcel. Op die manier kan je resultaten van metingen met verschillende sensoren met elkaar vergelijken. De celconstante, vaak afgekort als CC, vind je meestal op de sensor en in het bijgeleverde certificaat van de fabrikant. In je meetomvormer (transmitter) staat dikwijls cc=1/cm standaard ingesteld. Het is dus van het allergrootste belang om de juiste celconstante in de meetomvormer in te geven. Hetzelfde geldt voor de controlemeting. Met digitale sensoren is de celconstante of celfactor in de sensorkop opgeslagen en wordt bij aansluiten onmiddellijk overgedragen naar de meetomvormer.

Temperatuurcoëfficiënt

Minstens zo belangrijk is de temperatuurcoëfficiënt, TC. Dit is de factor voor de temperatuurcompensatie. Deze coëfficiënt is anders voor iedere vloeistof. Dit betekent dat je de TC moet instellen voor het product dat jij meet. Voor inline metingen die altijd dezelfde productstroom meten kan je dit eenmalig doen. Voor lab en draagbare toestellen die telkens verschillende vloeistoffen meten, moet dit per meting ingesteld worden om juiste resultaten te bekomen. De TC van de meeste zuivere stoffen is bekend. Voor mengsels is dit niet zo en moet dan eventueel zelf bepaald worden. Het belang van de temperatuurcoëfficiënt kan moeilijk overschat worden. Voor de meeste zoutoplossingen ligt deze rond de 2% per °C! Dit betekent dat een klein temperatuurverschil al snel tot een grote afwijking van enkele procenten kan leiden. Voor controlemetingen is het noodzakelijk dat de TC van de inline meting als van het controletoestel dezelfde zijn. Anders gaat het fout.

Referentietemperatuur

Tot slot is er nog de referentietemperatuur, Tref. Deze is nauw verbonden met de temperatuurcoëfficiënt. De TC wordt gebruikt om de gemeten waarde om te rekenen naar de geleidbaarheidswaarde bij een bepaalde temperatuur, de referentietemperatuur. De Tref is meestal 20°C of 25°C, maar kan ook een andere waarde hebben. Ook nu geldt dat de referentietemperatuur van de inline meting en de controlemeting dezelfde moeten zijn. Een verschil van 5°C leid immers bij een TC van 2% al snel tot een afwijking van 10%.

Als je met deze tips rekening houdt, heb je gegarandeerd goede, correcte en vergelijkbare resultaten. Je vermijdt oeverloze discussies en veel ergernis.

Vragen? Meer informatie nodig?
Aarzel niet ons te contacteren.

29/08